+ 085 004 10 80
+ 085 004 10 80
De meeste mythes over wijnkoeling zijn niet volledig onzin, ze zijn verouderd of half waar. Dat maakt ze hardnekkig. In onze showroom in Woerden horen wij dezelfde tien claims al jaren terug, en bij vrijwel elke claim zit er een kern van waarheid in die daarna verkeerd is doorgetrokken.
Kort samengevat: een gewone koelkast is te koud en te droog, meer zones is niet automatisch beter, blauw led is geen probleem en de opgegeven flessencapaciteit haalt u met uw eigen collectie bijna nooit. Hieronder staat per mythe wat er wel klopt, wat niet, en welke specificatie de doorslag geeft. Het verschil tussen de apparaattypes zelf leggen wij uit in ons artikel over het verschil tussen een wijnkoelkast en een wijnklimaatkast.
Dit is de meest gehoorde claim en tegelijk de makkelijkst te weerleggen. Een gewone koelkast is gebouwd om bederf te remmen, niet om wijn te laten rusten. Dat verschil zit in vier specificaties tegelijk.
| Specificatie | Gewone koelkast | Wijnkoelkast |
|---|---|---|
| Temperatuur | 4 tot 7 °C | Instelbaar 5 tot 20 °C |
| Luchtvochtigheid | 30 tot 45 procent | 50 tot 75 procent |
| Trillingen | Hoog, compressor zit direct op de kast | Gedempt, kast is op rust ontworpen |
| Geur | Open ruimte met levensmiddelen | Gescheiden, vaak met koolstoffilter |
Op korte termijn merkt u hier weinig van. Een week is geen probleem. Na maanden wel: bij 35 procent luchtvochtigheid droogt de kurk uit, krimpt hij en laat hij zuurstof door, en die oxidatie is onomkeerbaar. Waarom die bouw duurder uitvalt, leest u in ons stuk over waarom wijnkoelkasten duurder zijn.
Deze mythe stamt uit een tijd dat "kamertemperatuur" 16 tot 18 graden betekende. Een moderne woonkamer zit op 21 tot 23 graden, en dat is voor rode wijn te warm.
Rode wijn bewaart u rond de 12 tot 14 graden en serveert u tussen 14 en 18 graden, afhankelijk van de stijl. Een wijnkoelkast is dus juist voor rood de logische plek, mits u de fles voor het serveren even laat opwarmen of een aparte serveerzone gebruikt. De reeks serveertemperaturen per stijl staat in ons artikel over de ideale drinktemperatuur voor wijn.
Zones zijn een verkoopargument geworden, terwijl ze een gebruiksvraag zijn. Een tweede zone kost u altijd iets: een tussenschot, een extra ventilator en bruikbare hoogte. In een kast van 60 centimeter breed scheelt dat al snel zes tot tien flessen.
De vuistregel is eenvoudig. Bewaart u vooral en serveert u uit de voorraad, dan is één zone van 12 graden beter: stabieler en ruimer. Kijk dan naar de wijnkoelkasten met 1 zone. Drinkt u dagelijks wit en rood door elkaar en wilt u beide direct schenkklaar hebben, dan verdient een wijnkoelkast met 2 zones zich terug. Drie zones zijn zinvol vanaf een gemengde collectie met champagne erbij, en anders niet. De volledige afweging staat op onze pagina over hoeveel temperatuurzones u nodig heeft.
Kou remt de ontwikkeling van wijn, maar remmen is niet hetzelfde als conserveren. Onder de 8 graden komt de rijping vrijwel stil te liggen en kunnen wijnsteenkristallen uitzakken. Die kristallen zijn onschuldig, maar ze maken het glas troebel en schrikken aan tafel af.
Het echte risico zit bovendien niet in de gemiddelde temperatuur maar in de beweging eromheen. Een collectie die het hele jaar op 14 graden staat, doet het beter dan een collectie die tussen 8 en 18 graden pendelt, want elke beweging laat de wijn uitzetten en krimpen en duwt lucht langs de kurk. Stel in op 10 tot 14 graden en laat de instelling daarna met rust. Wat langdurig bewaren precies vraagt, leest u in ons artikel over wijn lang bewaren.
Licht is inderdaad schadelijk voor wijn, maar daar gaat het om uv-straling en warmte. De blauwe verlichting in een wijnkoelkast is led: die geeft vrijwel geen uv af, produceert nauwelijks warmte en brandt alleen bij een open deur of als u hem zelf inschakelt.
Wat wél telt, is de glasdeur. Kies uv-werend of getint glas als de kast bij een raam staat, en zet hem nooit in direct zonlicht. Waarom fabrikanten voor blauw kozen, leggen wij uit in ons stuk over blauw licht in wijnkoelkasten, en de werking van licht op wijn zelf staat in de invloed van licht op wijn.
Dit is de duurste misrekening die wij zien. Fabrikanten meten capaciteit met de bordeauxfles van 750 milliliter, de smalste standaardfles die er is. Uw eigen collectie bestaat daar zelden volledig uit.
| Flestype | Diameter (indicatief) | Effect op de opgegeven capaciteit |
|---|---|---|
| Bordeaux 750 ml | 76 mm | Referentiemaat, 100 procent |
| Bourgogne 750 ml | 82 tot 86 mm | Ongeveer 20 procent minder |
| Champagne 750 ml | 88 tot 91 mm | Ongeveer 25 tot 30 procent minder |
| Magnum 1,5 liter | 100 tot 115 mm | Alleen op een aangepast of verwijderd plateau |
Een kast die 46 bordeauxflessen laadt, houdt met een gemengde collectie vaak 34 tot 38 flessen over. Reken daarmee, of kies een maat ruimer uit de grote wijnkoelkasten. De rekenmethode per model staat op onze pagina over flessencapaciteit.
Deze claim komt uit de jaren negentig, toen thermo-elektrische kastjes continu op vol vermogen draaiden. Een moderne compressorkast met een goed energielabel zit indicatief tussen de 100 en 180 kilowattuur per jaar. Dat is vergelijkbaar met een zuinige koelkast, en minder dan een gemiddelde vriezer.
Uw plaatsing weegt bovendien zwaarder dan het label, want het verschil met de omgevingstemperatuur bepaalt hoe vaak de compressor draait. Een kast naast de oven verbruikt fors meer dan dezelfde kast in een koele bijkeuken. De rekenvoorbeelden staan in ons artikel over hoeveel een wijnkoelkast verbruikt. Wilt u op label sturen, kijk dan naar de energiezuinige wijnklimaatkasten.
Passen en werken zijn twee verschillende dingen. Een vrijstaand model voert zijn warmte af via de achter- en zijkanten. Bouwt u die in een dichte nis, dan hoopt de warmte zich op, draait de compressor door en zakt de levensduur zichtbaar.
Een inbouwmodel voert de warmte via het front af, onder de deur langs. Dat vraagt een vrije ventilatiesleuf die u niet met een plint of een sierlijst mag dichtzetten. Kies dus op type en niet op maat: de inbouw wijnkoelkasten horen in de keuken, de vrijstaande wijnkoelkasten staan los met tien centimeter vrij aan de achterzijde. De volledige afweging staat in ons artikel over vrijstaand of inbouw.
Thermo-elektrische kasten hebben geen compressor en zijn daardoor inderdaad stil. De beperking zit in hun koelvermogen: zij halen doorgaans 10 tot 12 graden verschil met de omgeving. Staat uw keuken in augustus op 28 graden, dan komt zo'n kast niet lager dan ongeveer 17 graden. Precies in de zomer, wanneer u het hardst koeling nodig heeft, laat het type u in de steek.
Moderne compressorkasten zijn bovendien niet meer luidruchtig. Rond de 35 tot 39 decibel is een compressorkast in een woonkamer nauwelijks hoorbaar, en dat haalt een groot deel van het assortiment stille wijnklimaatkasten. Wat die decibelwaarden in de praktijk betekenen, staat in ons artikel over de stilste wijnkoelkasten.
Voor een collectie die volledig op schroefdop staat en binnen twee jaar leeg is, klopt dit grotendeels. Zodra er natuurkurk in de kast ligt, klopt het niet meer: een kurk heeft vocht nodig om op maat te blijven en de hals af te sluiten.
De ondergrens ligt rond de 50 procent, daaronder krimpt de kurk en lekt de hals. Boven de 80 procent gaat het de andere kant op met schimmel op etiketten en kastwand. Streef naar 55 tot 70 procent en leg kurkflessen liggend. Waarom dat laatste zo bepalend is, leest u in ons artikel over waarom een wijnfles moet liggen, en de streefwaarden per situatie staan in luchtvochtigheid in een wijnklimaatkast.
Mythe 6 is financieel de pijnlijkste: een te kleine kast valt niet te repareren en leidt binnen twee jaar tot een tweede aankoop. Mythe 8 is technisch de schadelijkste, want een ingebouwd vrijstaand model kost jaren levensduur en valt buiten de garantie. Mythe 1 kost u geen apparaat maar wijn, en dat merkt u pas als de fles opengaat. Hoe lang de apparatuur zelf meegaat, leest u in ons artikel over hoe lang een wijnkoelkast meegaat.
Is een gewone koelkast echt slecht voor wijn?
Voor bewaren langer dan enkele weken wel. Een gewone koelkast staat op 4 tot 7 graden en een luchtvochtigheid van 30 tot 45 procent, waardoor de kurk uitdroogt en zuurstof doorlaat, terwijl een wijnkoelkast op 10 tot 14 graden en 55 tot 70 procent luchtvochtigheid werkt.
Heb ik echt meerdere temperatuurzones nodig?
Alleen als u dagelijks wit en rood direct schenkklaar wilt hebben. Bewaart u vooral, dan is één zone van 12 graden stabieler en biedt die meer bruikbare ruimte, omdat een tussenschot en een extra ventilator zes tot tien flessen aan capaciteit kosten.
Klopt de flessencapaciteit die fabrikanten opgeven?
Die klopt alleen voor bordeauxflessen van 76 millimeter, de smalste standaardfles. Met bourgogne- of champagneflessen erbij houdt u in de praktijk ongeveer 20 tot 30 procent minder flessen over dan de opgegeven capaciteit.
Vrijwel elke mythe over wijnkoeling verdwijnt zodra u naar drie getallen kijkt: de temperatuur, de luchtvochtigheid en het aantal flessen dat er in úw maatvoering werkelijk in gaat. De rest is smaak of marketing.
Twijfelt u over een claim, leg hem dan naast de specificaties van het model dat u op het oog heeft. Bekijk daarvoor het aanbod wijnkoelkasten en wijnklimaatkasten, of neem uw lijst mee naar onze showroom in Woerden. Dan lopen onze specialisten hem met u door.
Geschreven door
Sven de Kroon
Sven is medeoprichter van Mijn-Wijnkoelkast en Nederlands distributeur van Dunavox. Vanuit de showroom in Woerden adviseert hij over het kiezen, plaatsen en gebruiken van een wijnkoelkast.
Meer over Sven →